Bildung

Door minister Bussemaker is Bildung in 2015 op de agenda gezet. Het onderwijs wordt afgerekend op het civiel effect (diploma¹s) en de kwaliteit van het onderwijs dat daarnaar moet leiden. Bildung lijkt een ideologische opgave waaraan verder (nog) geen bekostiging of afrekening aan vast zit. Het lijkt een vrijblijvende opgave, tegelijkertijd is iedereen ervan overtuigd dat het belangrijk is voor samenleving.

Bildung, wat is dat precies? ‘Persoonlijke vorming’, volstaat dat? Grotendeels wel, maar er is niet voor niks nooit een Nederlandse vertaling voor dit woord gevonden. Het begrip wordt vaak toegeschreven aan Willem van Humboldt (1767-1835), die het omschreef als ‘het vermogen om ‘ja’ te zeggen tegen een samenleving door er actief aan deel te nemen’. Het is de combinatie van het ontwikkelen van je vaardigheden én je persoonlijkheid tot een veelzijdige burger.

Huib de Jong, rector van de HvA, stelt in een artikel in het boek ‘…En denken! Bildung voor leraren’ dat het onmogelijk is om terug te gaan naar het bildung van vroeger, omdat terug gaan naar één brede basisopleiding voor universiteiten en hogescholen niet kan. En Frans Leijnse, hoogleraar-emeritus Onderwijs en Arbeidsmarkt, oud eerste kamerlid en Lector Kenniscirculatie, zei het in 2012 al op de conferentie ‘Levensecht Leren’ die wij in samenwerking met de Hogeschool Utrecht organiseerden (zie hier): ‘Academische vorming is de laatste decennia naar de achtergrond verdwenen. Het draait nu vooral om vakinhoudelijke kennis. Er is een differentiatie aan opleidingen en er zijn steeds meer specialismen.’ Hoe krijgen we het lang geleden gevormde begrip ‘bildung’ dan terug in het onderwijs, nu het zo belangrijk is?”

In de Süddeutsche Zeitung van 6 februari 2016 stond een interview met Edgar Selge. De actualiteit van het boek van Houellebecqe kwam aan de orde, maar ook het belang van Bildung. Bildung is hot in onderwijsland en wordt vaak onvertaald gelaten of soms als persoonsvorming aangeduid. Persoonsvorming legt de nadruk teveel op de vorming van het individu en neemt te weinig de collectieve dimensie ervan in ogenschouw. Het discours, de betrokkenheid op elkaar, de waarden die je met elkaar hoog houdt, dat alles hoort bij Bildung. Bovendien legt de cultuur-historische theorie van leren (Vygotsky) de nadruk op de relatie in leerprocessen.

Selge zegt in het interview het volgende over Bildung: We moeten veel meer investeren in Bildung. Alleen via Bildung is het mogelijk, democratie te ambiëren. De vraag is of we het voor elkaar krijgen daar iets in te veranderen in onze vrije markt. Als het niet lukt dan gaan we weer richting dictatuur. Maar we begrijpen niet hoeveel Bildung kost. Heel veel mensen hebben het gevoel dat ze niet gezien worden, ze bestaan eigenlijk niet. Ze vallen buiten alles. “Wij moeten bereid zijn meer te betalen voor de vorming van kinderen die niet de onze zijn.”

In een paar zinnen legt Selge daarmee de complexiteit van het Bildungs-vraagstuk bloot. We moeten niet de illusie koesteren dat de maatschappelijke onrust overwaait als we kinderen op school wat meer meegeven naast taal en rekenen. De context -vrije markt- die we met elkaar hebben gecreëerd, is een lastige. Wat niet helpt is om de vrije markt de schuld van alles te geven. Houellebecq voert een hedendaagse elite ten tonele die zo veranderlijk is als de wind. Ze gaan vooral voor de eigen belangen. Het gebrek aan vorming zit niet alleen bij de jeugd. Het vormingstekort speelt op alle niveaus en over landen heen, weliswaar in steeds wisselende gedaanten.

 

Stichting Yijing Studies