Lezing Yi Jing

Inleiding: de rol van intuïtie.

In deze lezing wil ik ingaan op de rol die intuïtie speelt bij onze interactie met de wereld om ons heen, en meer in het bijzonder bij het raadplegen van de Yi Jing. Ik wil dat doen vanuit de visie van de Chinese Innerlijke Alchemie, waarin de menselijke intuïtie een belangrijke rol speelt. Maar eerst moet natuurlijk duidelijk worden wat we met het woord intuïtie bedoelen. Als je er op googelt, kom je een aantal verschillende definities tegen. Wikipedia noemt als een van de betekenissen bijvoorbeeld aanvoelen, feeling. Het woordenboek geeft de volgende definitie:

Van Dale. 1. door onmiddellijke innerlijke aanschouwing verkregen begrip; 2. onmiddellijke, niet op begripsdenken en redenering berustende overtuiging van de waarheid.

Dat is natuurlijk zeer de moeite waard! Moeiteloze waarheid! Maar het roept wel een aantal vragen op: wat wordt er precies geschouwd? Kun je intuïtie sturen? Is ze altijd betrouwbaar? Kun je ze ontwikkelen? En zo ja, hoe dan? Op die vragen hoop ik in deze lezing wat antwoorden te geven vanuit de Chinese Innerlijke Alchemie. Uiteindelijk wil ik dan uitkomen bij de rol die intuïtie speelt bij het raadplegen van de Yi Jing.

Intuïtie als functie van de menselijke geest.

De Chinese Innerlijke Alchemie is een stroming in het daoïsme die in China in de eerste eeuwen na Christus opkomt, als opvolger van de oudere externe alchemie. Zij bereikte haar hoogtepunt zo rond 1100, 1200 na Christus, toen ze wijd verbreid was in China en een groot aantal scholen kende.

Liu Yiming, een achttiende-eeuwse innerlijke alchemist, definieert als intuïtie de meest oorspronkelijke vorm van de menselijke geest, die voor het denken uitgaat, en de werkelijkheid weergeeft in de vorm van innerlijke beelden. Het denken is dan een vervolg op intuïtie, een nadere indaling ervan. Wat de geest aanschouwt is om te beginnen de stroom van de lichamelijke en zintuiglijke werkelijkheid, die zich aldoor in en aan het lichaam openbaart. En daarmee hebben we twee vermogens, waarmee de werkelijkheid ervaren wordt, namelijk de feitelijke lichamelijke ervaring, en de verbeelding daarvan, inclusief de daarop gebaseerde mentale analyses en betekenisgeving. En intuïtie is dan de eerste en meest oorspronkelijke werking van de geest. Dus, als we met onze ogen naar een boom kijken, zien we in feite een betekenisloos licht en kleurenpalet, wat door onze geest als één tafereel wordt gekend, als ‘boom met achtergrond’. Het is de intuïtieve functie die dat als een onmiddellijk en betekenisvol beeld weergeeft, en het woord ‘boom’ en eventuele daaraan gekoppelde analyses en betekenissen, zoals ‘heeft bladeren’, geeft schaduw’ of ‘straks vallen bladeren’, wordt door het rationele verstand daaraan toegevoegd.

Intuitie staat dus aan de bron. Maar is dat eerste geestelijke functioneren dan altijd foutloos? Ontvangt onze intuïtieve geest de werkelijkheid altijd zoals die is, zonder meer? Wat de alchemisten betreft zeker niet, en daar sluit ik me graag bij aan. Intuïtie is als vermogen zeer trefzeker, maar ook onderworpen aan vooringenomenheid, aan de vertekening die het mechanisme van afkeer en begeerte veroorzaakt, in zowel ons lichaam als in onze geest. In de Cantong Qi, het oudst bekende geschrift uit de traditie van de Chinese Innerlijke Alchemie, wordt dit als volgt verwoord:

 

Het mooie meisje aan de bovenloop van de rivier

is handig en uiterst geestelijk,

als ze vuur bereikt gaat ze vliegen

en ziet ze nog niet het geringste stofje.

 

Boze geesten blijven verborgen, net als de draak,

en waar zij verblijft weet geen.

Als ze dit wenst te beheersen,

is de gele spruit de wortel.

 

Wat mij betreft wordt hier gezegd dat onze intuïtie de neiging heeft zich los te maken van de aardse werkelijkheid, zodra zaken zichtbaar worden zoals ze nu eenmaal zijn. Zij doet dat onder invloed van het mechanisme van afkeer en begeerte, waardoor ze de zaken mooier probeert voor te stellen dan ze zijn, maar daardoor moeten ze een deel van de werkelijkheid weglaten. En omdat ze dat niet kan, omdat zij nou juist het geheel weergeeft, werkt ze dan niet goed meer. Dan blijft het kwade en lelijke verborgen, maar ook het transformerende vermogen van het leven, waardoor alles statisch en star lijkt. Het gedicht stelt verder natuurlijk dat, wil dit weer in orde komen, gezien moet worden dat de werkelijkheid als zodanig een voortdurende indaling van de Dao is, wild, chaotisch, soms onverwacht en nooit hetzelfde. Dan kan intuïtie weer de werkelijkheid ontvangen en verbeelden, feilloos en precies.

Maar het is dus moeilijk om de werkelijkheid steeds als indaling van de Dao te zien. Dat merk je al direct als je onder ogen moet zien welk kwaad er in jezelf huist. Of dat de dingen, die tegen zitten, toch echt bij jouw leven horen, en niet een of andere fout zijn van deze of gene. Om de zaken een beetje hanteerbaar te maken, schetsen we voor onszelf een beeld van de werkelijkheid, dat behapbaar is en acceptabel, maar onze oorspronkelijke onbevangenheid en openheid is nu verdwenen, en dat is nou net waar onze intuïtie het van moet hebben.

Toch is de stromende werkelijkheid echt een indaling van de Dao, en ze is echt precies zoals ze is, hoe moeilijk en onhanteerbaar we dat soms ook vinden. En dat willen wij graag anders, we proberen er grip op te krijgen, door ze als vaststaand te beschouwen, met overzichtelijke kenmerken. En we benaderen ook de wereld van de eenheid met die instelling, zoals geïllustreerd wordt door het verhaal van Zhuangzi over de koningen van het Zuiden en het Noorden. Daarin zien we hoe we in deze wereld van dualiteit aankijken tegen de wereld van de oorspronkelijke eenheid waar alles vandaan komt, en wat daarvan het gevolg is.

 

Waarheid en dualiteit: Onbezonnen en Onbesuisd, en Chaos.

Onbezonnen en Onbesuisd, de heren van het zuiden en het noorden, komen regelmatig samen bij Chaos, de heer van het midden. Die behandelt hen altijd zeer goed. En omdat ze hem iets gunnen, boren ze een aantal gaten in hem, net zoals die welke zij zelf hebben. Maar als ze klaar zijn, is Chaos dood.

Een mogelijke betekenis van dit verhaal dringt tot ons door wanneer we kijken naar wat in het Chinese denken het rijk van het noorden en het zuiden verbeelden. En dat is weer direct te zien als we naar de nahemelse ordening van de acht trigrammen kijken.

Het noorden in deze ordening is dus het gebied van Water, het Onpeilbare, en het zuiden het gebied van Vuur, het Zich Hechtende. Water en Vuur symboliseren de twee polen van de dualiteit in de menselijke ervaringswereld, de wereld van de zintuigen, bijvoorbeeld gevoel en verstand, ervaring en beschouwing, praktijk en theorie, lichaam en geest, enzovoort. Beide polen missen de oorspronkelijke compleetheid, zijn van elkaar gescheiden, en daarom komen de koningen van die twee gebieden graag samen op de enige plek waar dat kan, en dat is het Rijk van het Midden, waar die heelheid nog te vinden is. Aan de namen die Zhuangzi ze heeft gegeven, kunnen we zien dat ze allebei op zichzelf gebrekkig zijn. Onbezonnen is onze geest, die vooringenomen is en daardoor onoplettend; Onbesuisd is ons lichaam, dat niet stil kan zijn, maar steeds wil handelen. Uiteraard heeft de koning van het rijk van het midden geen openingen, dat wil zeggen dat zijn rijk niet het rijk van de lichamelijke en fysieke wereld is, maar het rijk van de oorspronkelijke oertoestand, de chaos die aan de Dao grenst. En uiteraard sterft hij, wanneer geprobeerd wordt om hem te voorzien van de middelen die horen bij een fysiek zintuiglijk bestaan. Dit verhaal is in het kort een weergave van wat ons allemaal in de loop van ons leven overkomt, wanneer we de dualistische kijk op het leven proberen toe te passen op het rijk van de eenheid. En dat is toch wat we doen als we via ontwikkeling in de fysieke realiteit en via het behandelen daarvan, heelheid proberen te bereiken. Precies als in deze mythe raken we bij het fysiek en tastbaar maken van heelheid en vrede, die we van tijd tot tijd aantreffen, uiteindelijk onze oorspronkelijke heelheid en onschuld juist kwijt.

Onze pogingen om in de dualiteit, in de fysiek-zintuiglijke werkelijkheid, vrede en heelheid te bewerkstelligen, die nou eenmaal hoort bij het kenmerkloze gebied van de eenheid, voeren ons uiteindelijk steeds dieper de dualiteit in, waarbij de twee polen steeds verder van elkaar verwijderd raken, en uiteindelijk niet meer verenigbaar zijn. Of we nu verwoed aan de aarde gaan sleutelen, of ons daarvan distantiëren en de hemel proberen te bereiken, in beide gevallen neemt de dualiteit toe, wordt de kloof tussen hemel en aarde groter, en raakt de eenheid of heelheid steeds verder uit het zicht. Vrede en heelheid is nu eenmaal niet te vinden door aan de aarde te sleutelen, en trouwens ook niet door naar de hemel te reiken, maar door hemel en aarde met elkaar te verbinden, wat door het Gua van de Vrede zo duidelijk wordt verbeeld.

 

De Ware Intentie als ultieme drijfveer.

 Hoe die vrede en heelheid dan wel gevonden kan worden, en zelfs duurzaam, dat is waar het in de praktijk van de Innerlijke Alchemie om gaat. En dat is eigenlijk in de kern hetzelfde als waar het ons om gaat, als we de Yi Jing raadplegen. Want we proberen dan een spanning, een moeilijkheid of een vraagstuk op te lossen waarmee we niet goed raad weten, waar we ongelukkig mee zijn. En we hopen op een antwoord dat uiteindelijk vrede brengt, en ons naar een situatie leidt waarin we weer wél tevreden en gelukkig kunnen zijn. Wat we als mensen in deze wereld steeds missen, of we ons dat nu bewust zijn of niet, is de oorspronkelijke eenheid, die de ervaring van geluk, vrede, vrijheid en vervulling met zich meebrengt. Eenheid, heelheid is wat we uiteindelijk zoeken, want dat is wat we verloren hebben op onze levensweg. En ieder verlangen en ieder streven is terug te voeren tot het vinden van die heelheid, en het ervaren van het bijbehorende geluk, wat bijvoorbeeld op geestige wijze wordt beschreven in Winnie De Poeh, die betoogt dat het geluk niet wordt ervaren in het proeven van honing, maar in de vrede die ontstaat door het wegvallen van streven en denken, wat al gebeurt vlak voor de honing de mond bereikt.

Al onze verlangens en wensen zijn dus uiteindelijk gericht op het bereiken van innerlijke vrede, hoe materieel ze in eerste instantie ook zijn. Maar blijvende heelheid en eenheid zijn in deze wereld van dualiteit nu eenmaal niet te vinden. We zullen ons moeten richten op de bron, de wereld van de eenheid, om de verloren heelheid weer terug te vinden. En daarom wordt de wens om de bron te bereiken in de Chinese Innerlijke Alchemie de Ware Intentie genoemd. Wanneer we die volgen, proberen we verbinding te krijgen met de bron, waar alles vandaan komt, en hopen we dat onze intuïtie op een zuivere en onbevooroordeelde manier werkt. We zoeken vanuit de afgescheidenheid en gespletenheid naar de koning van het Middenrijk, dat is wat we in wezen doen als we de muntjes laten rollen.

 

Het verloren raken van onze oorspronkelijke helderheid.

Zoals duidelijk is zijn wij mensen ergens onderweg de zuivere helderheid van onze geest, en het foutloze werking van de intuïtie daarin, op een of andere manier kwijt geraakt. Wanneer we beseffen dat we dat op kunnen lossen door ons weer tot de bron te richten, en onze bevoordeelde verwachtingen en oordelen over het leven opzij te gaan zetten, dan is dus tot ons doorgedrongen wat de al genoemde Zhuangzi ooit bedoelde toen hij onze positie zonder contact vergeleek met vissen op het droge:

Wanneer de bron opdroogt, blijven de vissen met elkaar op de bodem. Dan blazen ze op elkaar met hun adem, bevochtigen ze elkaar met hun speeksel, maar toch weegt dat niet op tegen het elkaar kunnen vergeten in de wateren van de rivieren en de meren.

Een vergelijking die duidelijk maakt hoe treurig een leven zonder inspiratie en zonder contact met het oorspronkelijke onkenbare eigenlijk is. Je vraagt je dan af, hoe het mogelijk is, dat we in een dergelijke positie terecht kunnen komen. Want als we daar zicht op hebben, maakt dat meteen ook duidelijk hoe we terug kunnen keren, en de bron weer kunnen ervaren. We hoeven immers alleen maar dezelfde weg te volgen in omgekeerde richting. Daarom worden in de Innerlijke Alchemie zowel de heenweg, die meegaan wordt genoemd, als de terugweg, die Omgekeerd Gaan wordt genoemd, uitvoerig beschreven.

 

De indaling van het ene in de wereld: het ontstaan van de dualiteit. Dia: indaling vanuit de Dao.

De heenweg heet dus meegaan, en daarmee wordt de normale weg van ontwikkeling bedoeld, die wij mensen allemaal meemaken.

Het begint, heel esoterisch natuurlijk, als indaling van de bron, de Dao. Zo ontstaat immers alles in de wereld, doordat de Dao zich splitst, waarmee yin en yang ontstaan, gesymboliseerd door de trigrammen van hemel en aarde. Die zijn gevoelig voor elkaar, paren met elkaar en doen zo de overige zes oervormen ontstaan. Die nemen dan verder vorm aan en zo ontstaan dan uiteindelijk de tienduizend dingen. In deze verbeelding van het ontstaan van de fysieke wereld nemen de trigrammen Vuur en Water een bijzondere positie in. Zij ontstaan immers door uitwisseling van de middelste lijnen van Hemel en Aarde, en die middelste lijn is de positie van de mensheid, die tussen hemel en aarde wordt geplaatst in de Chinese kosmologie. Waar Hemel en Aarde de twee voornaamste polen vormen van de beginnende kosmos, worden Vuur en Water door de alchemisten als de twee oerpolen gezien van de mensheid bij zijn ultieme begin, en die worden de Ware Aard en het Bestemde Leven genoemd. Voor de mens zijn die twee, de Ware Aard en het Bestemde Leven, de plaatsvervangers van hemel en aarde, en de symboliserende trigrammen Vuur en Water staan in de nahemelse ordening dan ook op de plaats van hemel en aarde. De Ware Aard en het Bestemde Leven vormen uiteindelijk het lichaam en de geest van iedere mens die ter wereld komt. De geest, met zijn scheppende kracht en nog lege en open midden, en het lichaam als vorm waarbinnen de stromende werkelijkheid zich openbaart.

De verbeelding van deze twee als de trigrammen Water en Vuur is mooi in overeenstemming met het ervaringsfeit dat onze geest, die in de kern ontvankelijk is, een scheppend vermogen bezit, namelijk het vermogen tot beeldvorming. En ook met het feit dat onze vorm, het menselijk lichaam, waardoorheen de wezenlijke levenskracht stroomt, zelf gevoelig en ontvankelijk is. Zolang deze twee, lichaam en geest, zicht en feitelijke ervaring, met elkaar harmoniëren, vullen ze elkaar aan en vormen ze een eenheid. Maar zoals we allemaal weten, dat doen ze vaak niet, en er bestaat spanning tussen, waardoor we heen en weer slingeren tussen die twee, en bij de thema’s in ons leven die elkaar aldoor afwisselen, of ze nu groot zijn of klein, lang duren of kort, nu eens beleving, het gevoelsmatige op de voorgrond staat, en dan weer het mentale, het rationele. Dat zijn de twee uitersten waartussen de bewuste ervaring in de wereld van de Veranderingen, zich afspeelt.

Aan de ene kant is er het Water: beleving, gevoel, ervaring. De kern daarvan is rotsvast, onvervreemdbaar, zeker. Je weet wat je meemaakt, je ervaart het immers. Het is in feite betekenisloos en beeldloos: ervaring zonder meer. Het is wat het is, bijvoorbeeld de smaak van honing, of de pijn van een brandwond. Het is nauw verbonden met het gevoel. Aan de andere kant is er Vuur: het mentale zicht op de verschijnselen, die zich in het bewustzijn manifesteren. Dat is het vermogen dat beelden vormt, en gedachten en begrippen. En zo wordt de feitelijke ervaring van betekenis en context voorzien.

Deze beide vormen van beleving van de manifeste realiteit horen bij elkaar, zijn twee kanten van de manifeste medaille. Er is echt maar een ervaring, maar die beleven we op twee manieren. Die zijn in de loop van ons leven geconditioneerd geraakt: als je dit ervaart, dan betekent dat dat, dit moet je zus zien, en dat zo. We zien en voelen daardoor vaak niet meer wat er echt is, maar wat we geleerd hebben dat er is, of wat ons verteld wordt dat er is. Deze vertekening heeft bovendien als gevolg dat wat we aanvoelen vaak niet meer overeenstemt met wat we denken, menen en begrijpen. Zo kan het gebeuren dat de werkelijkheid dubbel wordt: enerzijds zoals ze is, anderzijds zoals we denken dat ze is.

 

Vuur en Water

Over die dubbelheid het volgende gedicht:

 

Twee aspecten van het Ene:

Vuur en Water.

Onverbrekelijk verbonden.

Hoe kunnen zij ooit uit elkaar?

 

Zicht en de Stroom,

Kennen en het Gekende,

Ware Aard en het Bestemde Leven

Voortkomend uit één, aanvullende tegendelen.

 

En toch gaan ze uit elkaar,

Elk hun eigen weg:

vuur omhoog, naar de hemel,

Water omlaag, naar de aarde.

 

Theorie en praktijk, denken en voelen,

Droom en werkelijkheid, mening en feit.

Onverenigbaar, in strijd met elkaar,

Niet meer samen, niet meer heel.

 

Het Zicht is verblind,

En de levenskracht lekt weg met de Stroom,

De weg van ontwikkeling

Eindigt aan de poort van de dood.

 

Hoe konden kaart en landschap,

Verbeelding en realiteit,

Zó onverenigbaar worden,

Dat ze elkaar niet meer kunnen verdragen?

 

Wie wil nog zien wat er te zien is,

Niet meer alleen wat hij wilde zien?

Wie wil het leven vol ervaren,

Niet meer gevangen in het bekende?

 

Wie dat wil, gaat de weg terug,

Die leidt naar Eenheid.

Steeds eenvoudiger, steeds minder wetend,

Steeds voller levend, zonder nog meer.

 

Dan is alles tenslotte leeg, zonder zin of betekenis,

Maar ontzagwekkend en vervullend,

Vuur en water weer bijeen,

Het spel van de werkelijkheid in Een.

 

Die toenemende vervreemding van deze twee vindt plaats in de loop van onze ontwikkeling van baby tot volwassene. Dit proces is door de achttiende-eeuwse alchemist Liu Yiming beschreven in een aantal stappen. Door zijn beschrijving te koppelen aan onze ervaring met opgroeien en leren wordt heel duidelijk hoe dit zich in ons leven afspeelt.

 

De weg van ontwikkeling.

Voor de geboorte, wanneer het embryo in de baarmoeder groeit, verkeert het bewustzijn nog volledig in staat van eenheid en rust het in zichzelf. Het doet niets, is zich zeker in het begin nergens van bewust en kent het geen ervaring. Toch groeit het, en ontwikkelt het zich, helemaal vanzelf: een duizelingwekkend ingewikkeld en ten diepste onbegrijpelijk proces. Je kunt er verstand van hebben, het verloop ervan precies beschrijven, er belangwekkende biochemische of biofysische dingen over zeggen, maar begrijpen doe je het niet. Dat is de ontvouwing van de ene, voorhemelse energie, zo dat in de innerlijke alchemie genoemd, en dat is in wezen mysterie. Het symbool van deze staat van zijn is een lege cirkel.

Dan worden we geboren, en zijn we een baby geworden, en op dat moment begint de bewuste zintuiglijke ervaring. Maar daar is geen vorm of betekenis in, alleen maar ervaring, zonder enig onderscheid. De baby ervaart, maar is nog helemaal in de wereld van de eenheid. Een baby houdt niets in en doet niets half: als hij huilt is hij een en al huilen, als hij lacht een en al lachen. Hij maakt ook geen plannen en heeft geen verwachtingen, heeft geen dubbele agenda of andere geheimen, en is niet bezig met bewust iets te doen. Het is in wezen de ene adem die alles uitvoert, en de vorm, het lichaam volgt. Deze staat van zijn wordt verbeeld door een cirkel, die heel is en toch uit twee helften beslaat. Ook dit kan ik me zelf niet meer herinneren.

Geleidelijk ontwikkelt de baby zich tot peuter, het heel jonge kind. Zo ontstaat nu onderscheid in het bewustzijn, en leert het bewustzijn namen, vormen en betekenissen. Maar net als bij de baby is dat onderscheidende vermogen onderworpen aan de ene voorhemelse energie: al er honger is wordt er gegeten, als slaap opkomt wordt er geslapen. Vreugde en verdriet wisselen elkaar moeiteloos af, en zintuiglijke ervaring en onderscheidend bewustzijn regeren niet, zijn niet bepalend, maar volgen het natuurlijke. Het symbool is de cirkel, met daarin witte en zwarte vlakken: een bont palet van yin en Yang, dat nog een eenheid is. Hier heb ik nog wel herinneringen aan: ontroostbaar op weg naar wat toen nog kleuterschool heette, voor de eerste schooldag, weg bij mijn moeder. En de troost, toen de moederlijke kleuterjuf mij meteen op schoot nam. De hoofdzuster, waar ik bang voor was, de pret op het schoolplein, de ellende van het in de hoek moeten staan.

De ontwikkeling schrijdt verder voort tot het punt waarop het onderscheid tussen het een en het ander definitief wordt, en het een niet meer verenigbaar is met het ander: een jongen is geen meisje, groot staat los van klein. Onderscheidende kennis wordt werkzaam in het bewustzijn, en goed en kwaad worden van elkaar onderscheiden. Onderscheid is nu bepalend, als iets dit is, dan is het niet dat. Maar nog steeds wordt de wereld van de eenheid gekend en ervaren: het kind weet nog waar het vandaan komt. Dit stadium van ontwikkeling wordt het uit elkaar gaan van yin en Yang genoemd, verbeeld door twee losse helften van een maan, die samen een geheel vormen. Hele verhalen kan ik hierover nog vertellen: dat ik echt goed mijn best deed om lief te zijn, en om te leren, maar dat ik niet de beste van de klas was. En als ik iets wilde zeggen, moest dat wel verstandig zijn, want zo maar iets roepen was dom, en dan werd ik uitgelachen, en dat was dan mijn eigen schuld!

Deze ontwikkeling gaat alsmaar verder, waarin steeds meer steeds verder wordt onderscheiden, en steeds meer kennis ontstaat, die aldoor betrekking heeft op de wereld van de verschijnselen. En dan komt het moment waarop het kind de overgang naar volwassenheid doormaakt, en het lichaam seksueel volwassen wordt. Nu kan het kind zich voortplanten, en het kind merkt dat het op zichzelf kan bestaan. Het beslist nu om op een bepaalde, eigen gekozen manier in het leven te staan, en zet zich daarbij uiteraard af tegen de ouders. Het kind denkt nu : ik ben de baas! Dit wil ik wel, en dat niet, en wat ik wel of niet wil kan ik realiseren! Dat zal ons ook nu nog bekend voorkomen, niet dan? In de alchemie wordt dit stadium het uit elkaar gaan van de vijf fasen genoemd, wat kort gezegd erop neerkomt dat de verschillende delen van de gevormde persoonlijkheid min of meer op zichzelf komen te staan, en daardoor niet meer als een eenheid met elkaar samenwerken. Vanzelfsprekend verantwoord en verstandig gedrag is in de ene situatie moeiteloos te vertonen, en in een andere situatie niet op te brengen. Zo blijft volgzaamheid bijvoorbeeld achter op de werkvloer, en eigenzinnigheid is voor thuis, om maar eens een voorbeeld te noemen. Ze gaan, kortom, niet meer samen. We weten het natuurlijk: vanaf de puberteit positioneert de mens zichzelf, meent de baas te zijn en denkt het leven naar zijn hand te kunnen zetten. Hierin uit zich de menselijke hoogmoed, waarin de oorspronkelijke intentie, de liefde om het leven vol te leven in verbinding met en vanuit de bron, veranderd wordt in een persoonlijke bedoeling: dit wil ik wel, en dat niet, dit moet van mij, en dat niet. En het centrum van het bestaan, namelijk de verbinding met de bron, is definitief verlaten. De blijdschap van het kind was voor mij toen in ieder geval wel echt voorbij: ik nam de verantwoordelijkheid op mij om in ieder geval te slagen in een intellectueel en maatschappelijk verantwoord leven, en anderen geen pijn te doen. Daar had ik allerlei vage beelden bij, die er onder andere op neerkomen dat ik wetenschapper wilde worden. Dat kon ik doen door goed mijn best te doen, nooit iets niet te weten, geen fouten te maken, geen aanstoot te geven en braaf te zijn. Dat was ik niet, maar dat wist ik toen niet meer.

Het verhaal is nu verder kort: vanaf dit kantelpunt, waarop de bron helemaal of bijna helemaal wordt vergeten, regeert het wereldse, is de zintuiglijke ervaring bepalend, en wordt alle ervaring iets, waar je als persoon over gaat, hetzij als dader, hetzij als slachtoffer. Er is geen centrum meer, want dat is verwisseld voor een beeld over waar het leven over moet gaan: succes, eer, macht, enzovoort. Begeerte en afkeer regeren, maar dat weet je niet, want je denkt dat het zo moet zijn. We zijn terecht gekomen in de situatie van de vissen op de bodem van een opgedroogde bron.

Die situatie wordt door de alchemisten beschreven als een toestand waarin we onze Ware aard zijn vergeten, en ons Bestemde Leven schokkend verloopt. We zijn vergeten, dat we afkomstig zijn uit eenheid, de Dao, en dat het Leven niet anders hoeft te zijn dan het is. Onze geest zit volkomen verstopt met allerlei aangeleerde beelden en vooroordelen, die we in de loop van onze ontwikkeling hebben opgedaan. En ons lichaam verkeert in een toestand van voortdurende spanning, vaak oververmoeid en ervaart de levenskracht nog maar half. Beiden zijn in hoge mate geconditioneerd door afkeer en begeerte, en zijn constant alert op dat wel, dat niet. De geest is niet meer open, en kan zodoende de lichamelijke werkelijkheid niet meer volledig, of in ernstige gevallen, zoals bij psychose, zelfs helemaal niet meer. In deze toestand zijn openheid en kalmte, voor de Innerlijke alchemisten de belangrijkste voorwaarden zijn om eenheid te bereiken, ver te zoeken.

 

De Weg Terug

Maar, en dat is natuurlijk ook duidelijk, we kunnen terug! En de mijlpalen, die je tegenkwam op de heenweg, kun je dan in omgekeerde volgorde passeren. En eigenlijk is dat ook wat je in het klein doet, als je de Yi Jing raadpleegt, want dan zoek je hulp die van de bron afkomstig is. Je beseft dan kennelijk dat je in de gewone wereld een beetje verdwaald bent, en dat je de bron mist, die ook door jou heen stroomt. En dus kijk je niet alleen meer naar je omgeving, naar de ander, maar vooral, ook naar jezelf, en naar wat er met jou aan de hand is. Want je weet dat je niet helemaal helder bent, en dat er van binnen zaken zijn, die niet met elkaar samen willen vallen tot een geheel. En je weet dat je pas naar buiten kunt treden, en eventueel kunt handelen, als je weer helder bent.

Dit is de eerste stap op de weg terug, waarmee je in ook staat bent om je emoties te beteugelen, en dat moet echt, en wel als eerste! Vooral bij crisis, en bij heftig oplopende conflicten, spelen je emoties een grote rol. Naast angst en hoop is er veel boosheid en woede, dus afkeer en begeerte staan erg op de voorgrond. Daarmee laat je je laat bepalen door je omgeving, en wordt je geregeerd door je temperament. Maar door je af te vragen wat voor raad er uit de wereld van de bron kan komen, toon je de moed om neutraal te kijken, en durf je ook stil te worden. Van daaruit kun je opklimmen naar de openheid, die je zoekt en waarin je intuïtie betrouwbaar kan werken. Nu kun je weer nieuwsgierig zijn en je afvragen: OK, ik vind het niet kunnen, maar hoe zit het nou? Wat is de situatie waar ik mee te maken heb, en wat is mijn rol daarin?

Direct hierna, en natuurlijk ook in samenhang hiermee, krijg je te maken het idee, dat je de baas moet zijn over de situatie, dat je het helemaal of tot op zekere hoogt naar je hand kunt, of moet zetten. Als je durft toe te geven dat jij niet de grote roerganger bent, en de controle durft los te laten, zit je niet meer vast aan je standaardopstelling, word je soepeler en raak je meer ontspannen, dat is bevorderlijk voor je doorstroming!

De vraag die je jezelf nu kunt stellen is: wat wil ik nu echt? Waar gaat het mij in deze situatie om? Wat is mijn werkelijke liefde? Door je dat af te vragen geef je de leiding definitief terug aan je echte centrum, namelijk je verbinding met de Dao, de wereld van de eenheid. Dat is de Ware Intentie, en in de Chinese Innerlijke Alchemie wordt dan gezegd dat die ervoor zorgt dat de vijf fasen zich kunnen verenigen. Dat wil heel in het kort zeggen, dat de verschillende delen, die in je persoonlijkheid werkzaam zijn, nu niet meer bepaald worden door de omgeving, waardoor ze allemaal een andere kant op drijven en steeds meer spanning veroorzaken, nu gaan samenwerken om de ware intentie te verwezenlijken.

Hierna wordt het werk wat gemakkelijker. Wat nu zichtbaar kan worden is de tegenstelling die de spanning veroorzaakt, in het licht van wat je echt wilt. Je kunt nu de polen zien, die tegenover elkaar staan, en je afvragen hoe ze samenhangen, en hoe jouw ware intentie kan bijdragen aan de harmonie daartussen. De wereld en jouw positie daarin zullen waarschijnlijk niet meteen in een stralend licht komen te staan, en de praktijk van het leven zal blijven schuren. Maar de vraag is niet meer: hoe kan ik de controle houden over mijn wereld en mijzelf daarin, maar, hoe kan ik mijn Ware Intentie verwezenlijken.

En het volgen van de Ware Intentie brengt uiteindelijk vanzelf de Ware Aard en het Bestemde Leven bijeen, in de situatie waarin we de Yi Jing raadplegen en werkelijk willen zien hoe we weer verbinding kunnen krijgen met het centrum, het rijk van het midden. En als dat is gebeurd, dan werkt je intuïtie weer perfect. Dan weet je hoe het zit, je vat het, en weet wat jou wel of niet te doen staat. En je verstand kan nu de details uitwerken: hoe je iets moet doen, wanneer dat het beste gedaan kan worden en waar, hoe je iets moet verwoorden! Enzovoort. Maar de opluchting, of de wezenlijke acceptatie die je ervaart, werkt onmiddellijk ontspannend: ach, zo zit het, dat is waar ik mee te maken hebt, dat is wat gebeuren gaat. Of de kwestie nu groot of klein is: je weet waar je aan toe bent, en wat je te doen staat, en of dat nu prettig is of niet, de innerlijke strijd, die twijfel, spanning, angst, of woede en verzet met zich meebracht is eindelijk ten einde. Geen kleinigheid, natuurlijk, en dat komt omdat je weer met de bron verbonden bent. De alchemisten noemen deze hernieuwde instroming van de ene adem het elixer. En dat wensten duurzaam en onverwoestbaar te maken, zodat ze vast verbonden bleven met de Dao. Daarmee zochten ze natuurlijk, net als velen in deze tijd, uiteindelijk zichzelf. En dat hielden ze vol zolang als nodig was, want zij beseften dat zij niet dit lichaam en deze geest zijn, maar de eenheid die daaraan vooraf gaat, zoals te vinden in het rijk van het Midden, en die is uiteraard onsterfelijk.

Stichting Yijing Studies